Het huis

Oh? Ook de achterkant?

Ik kon vanmiddag onze traptreden weer ophalen bij Uipkes. Ze waren gerookt, en daarna met een pigmentolie behandeld.

Het is allemaal mijn eigen schuld, ik kan niemand iets kwalijk nemen, dan had ik maar niet zo koppig moeten zijn, maar helemaal volgens plan was het niet verlopen.

Uipkes doet alleen vloeren. Hun eigen vloeren. Ze doen nooit trappen. Ze roken hun vloeren en zetten hun eigen vloeren in de olie.
Jan de Kruijf doet alleen trappen. Zijn eigen trappen. Die hij in zijn eigen olie zet.

Ik had bedacht dat het mooi zou zijn als de trap er net zo uit gaat zien als de vloer. Zodoende had ik bij Uipkes bedongen dat ze Jan’s trap bij wijze van uitzondering zouden roken en met hun eigen olie zouden bewerken.
Jan zag daar een beetje tegenop. Wat nou als ze zijn mooie hout zouden vernaggelen? Maar ik was eigenwijs, en zette door.

Eergisteravond werd ik door Uipkes gebeld. Of ze de achterkanten van het hout ook moesten doen. Ik heb uitgelegd dat die kant niet echt in beeld komt, maar dat het voor het hout beter is om aan twee zijden gelijk behandeld te worden, dan trekt het zaakje later zeker niet krom. “Geen probleem, dan doen we de achterkant ook”

Vanmiddag ontdekte ik wat dat in de praktijk betekende. Ze hadden eerst alleen de voorzijde in de olie gezet. Een knoeiwerkje waar je vieze vingers van krijgt. Die vieze vingers waren op de achterkanten terecht gekomen, samen met wat andere olievlekken. Over die knoeivlekken heen is toen een nieuwe dekkende laag olie gekomen. Met pigmenten er in. Zodat de achterkanten uiteindelijk niet echt egaal gedekt zijn. Niet erg, want we zien de achterkant toch nooit, nietwaar?

Onderweg van Alphen naar Haarlem, met de auto vol hout, begon er iets te kriebelen bij me. De treden waren prachtig geworden. De stootborden (de rechtopstaande planken) ook. Maar had ik nou eigenlijk goed gezien dat de afgeronde kant van die stootborden het mooist in de olie stonden? Zou die kant niet juist de achterkant zijn?

In Haarlem was het meteen duidelijk. De brave borsten van Uipkes hadden nog nooit een trap in onderdelen gezien, en hadden in hun enthousiasme de verkeerde kant van de stootborden geolied.

Ik heb wat telefoontjes gepleegd. De organisator bij Uipkes wierp zich aan de andere kant van de lijn bijna snikkend op de vloer. Jan de Kruijf vertrok geen spier. Hun beider advies was: Schuren nu de olie nog niet uitgehard is.

Zo is geschied. Ik heb in mijn nette kleding een uurtje of wat braaf alle stootborden opgeschuurd, eerst met korrel 80 en daarna met korrel 100. Uipkes heeft aangeboden om binnenkort op eigen kosten en eigen gelegenheid de geschuurde delen opnieuw in de olie te komen zetten.

Het voordeel is nu wel dat het aanzicht aan de achterkant van de trap, gezien vanuit onze bezemkast, picobello is. Zulke mooie achterkanten zie je niet vaak.