Div

In en buiten m’n magazijn

Een tijdje terug gaf ik hier thuis een diep psychologische beschouwing van mijzelf in relatie tot de rest van de wereld en aanverwante zaken. Het was een soort rustige monoloog, maar toch ook gepassioneerd, staand bij de tafel gedeclameerd en ik besloot met de woorden “Ik voel van binnen: ik mag er zijn”. Hessel die me ook al wat langer kent en niet meer van alles wat ik zeg opveert, las ondertussen de krant en verstond kennelijk: “in het magazijn”.

Sindsdien vraagt hij me, als ik iets belangwekkends doe of zeg, of als ik een besluit neem en daarmee “mijn eigen ruimte wel of niet neem” of ik in of buiten mijn magazijn ben. Herkenning is sowieso de eerste stap tot verlichting, niet waar.

Dat gezegd hebbende hadden we zaterdag een aaneenschakeling van “in m’n magazijn- momenten”.

Er is besloten dat het kersteten op 24/12 met de vrienden van Hessel (thans ook mijn vrienden) bij ons op de Willemsparkweg is. Want we rouleren en vorig jaar was het voor het eerst in Haarlem, dit jaar voor het laatst in Amsterdam en volgend jaar is het in Haarlem omdat we dan verhuisd zijn. We rouleren dus vooral met onszelf; maar komt daar het hele leven feitelijk niet op neer?

Genoeg gefilosofeerd nu, de feiten:

Ten eerste gingen we naar Haarlem om de kerstspullen op te halen. Daarbij had Hessel me donderdagavond al mentaal voorbereid op het feit dat we definitief moesten besluiten over de formaten van de slaapverdieping. Een spanning trok al in me op, want het valt ver ver buiten mijn magazijn, dit soort vraagstukken. In de auto naar Haarlem besloten we even in de Dakkas koffie te gaan drinken, om te ervaren hoe het daar echt is. Echter, zo makkelijk was het allemaal niet. Er was geen parkeerplek meer te krijgen op straat en de parkeergarage zat vol. Er zat uiteindelijk niets anders op dan te kiezen voor het first out next in principe. Dus stonden we lekker meditatief in de file voor de garage.

Uiteindelijk binnen gekomen in de Dakkas vonden we dat het er echt leuk uit ziet. Het was vrij druk, met een leuke mix van mensen. Hessel en ik zeiden dapper allemaal positieve dingen tegen elkaar over de Dakkas. We vonden het wel een beetje een herrie, maar dat stipten we slechts terloops aan. We zouden positief doorzetten.

Hup, taart erbij voor de feestelijkheid en ik thee in plaats van espresso -om te proberen mijn wat hoge Makro-cortisol-gehalte naar beneden te krijgen.

Zo zaten we vrolijk onze taart op te eten, maar nog voordat mijn thee was afgekoeld zei ik tegen Hessel: ik ga nu afrekenen en we gaan, ik hou het hier niet meer van de herrie. Sorry, het zal mijn hoogsensitieve persoonlijkheid zijn, maar ik trek dit zo niet. Hessel keek me dankbaar aan en zei: zo blij dat je het zegt. Dit is niet te doen.

Eerlijk gezegd snap ik niet goed dat andere mensen hier een hele lunch met de familie reserveren, want het is een glazen klankkast van jewelste. Ben benieuwd hoe dit af gaat lopen op de langere termijn. Volgens mij moeten eerst het hele dak en de muren worden bekleed met vilten platen om het een beetje prettig te houden. Het is gelukkig niet mijn probleem.

Wat wel mijn probleem is, is die slaapverdieping. Hessel heeft allemaal nieuwe tekeningen gemaakt met de juiste maten. Die maten heeft hij met viltstift op de grond getekend.
Het is niet supergroot allemaal. De vraag was hoe breed de gang moet zijn. In ons eigen huis in Amsterdam hadden we alle fijne gangen opgemeten en die zijn rond de 1.05 meter breed. Dat houden we in Haarlem boven ook aan. Dan komt de rest er zo uit te zien:

Ik zie het als een soort hotelkamers in een sjieke Parijse buurt (lees: kleine kamers). De schuifdeur bij de slaapkamer, de gewone deur met lambrisering en architraaf bij de logeerkamer. Een kastenwand die helemaal doorloopt, met een onderbreking in de vorm van een tafeltje. Hessel vroeg of dit het dan echt was. Omdat ik in dat soort situaties de noodzaak voel om echt wat te zeggen, zei ik: we zouden ook het bed helemaal anders kunnen zetten, aan de andere wand, maar dan hebben we geen kast. Of toch niet de 2e slaapkamer, maar dat wordt praktisch gezien lastig later. Of we kunnen de hele zijmuur van de logeerkamer weglaten zodat het een soort vide wordt. Vanuit mijn magazijn probeerde ik zo goed mogelijk mee te doen.
Ik zag de verbijstering in Hessels ogen, maar ging stug door met ‘omdenken’, want niemand zou later kunnen zeggen dat ik m’n best niet deed om mee te denken. We moesten ook beslissen waar de lichtknopjes moesten komen en Hessel gaf aanwijzingen hoe eea er in het echt uit zou komen te zien.

Zo ziet ongeveer de muur met de gang er uit…

Mijn eindconclusie is feitelijk dat we alles al hebben getekend en over nagedacht en dat uit alle puzzelstukjes die we hebben dit steeds de beste uitkomst is. Ik keek vanuit mijn magazijn en we besloten dat zo was. We gaan het zo doen. Behalve dat de kasten in de gang worden verdeeld over 1 meter vanuit de deur gezien en daarmee het tafeltje iets naar achteren gaat. Gaan met die banaan. Hupsakeetje.

Nogmaals alles nameten en tot de conclusie komen dat het helemaal klopt!

Toen was het tijd om de kerstspullen van zolder te halen om mee te nemen naar Amsterdam. Het was een beetje de omgekeerde wereld, maar who cares?

Daarna even een rondje in de stad lopen en naar de kaaswinkel en de Albert Heijn. Hessel vroeg of we op de terugweg nog even langs mijn ouders zouden gaan. Ik was inmiddels vrij moe, dus dat leek me even niet zo nodig. Maar in de Albert Heijn ontving ik aan aanwijzing die mogelijk op iets anders duidde: ik zag opeens een pak melk zag staan met mijn moeders naam er op…

Ik besloot het signaal te negeren. Want dat kan ook als je echt goed in je eigen magazijn zit. We liepen naar huis en Hessel ging even de antenne van de auto repareren, terwijl ik in de keuken met de kerstspullen rommelde. Opeens hoorde ik op straat mijn moeder wat hard roepen. Ze had waarschijnlijk haar gehoorapparaatje niet in en wordt altijd superenthousiast als ze Hessel ziet. Ik rende snel naar de voordeur om rust in de situatie aan te brengen. Ik hoorde mijn moeder roepen “Hee Phia, Phia, dit is het huis van Anneke”. Een dame van mijn moeders leeftijd stapte van haar fiets en opeens bedacht ik me dat dit de juf was van mijn lagere school: mevrouw Van Dalen.

Ik moest even schakelen in mijn hoofd want als je klein bent en je hebt een juf en je gaat van school, dan blijft die juf altijd zoals je haar het laatste zag. Als juf. Maar juffen worden ook ouder en zijn net gewone mensen. Dus opeens zat mevrouw van Dalen met mijn moeder in onze toekomstige keuken koffie te drinken.

Mijn moeder met Juf Van Dalen

Het was heel raar om de stem van Juf van Dalen te horen vanuit een toch wat veranderd persoon. Voor Juf van Dalen was het ook apart om mij te zien als “vrouw” met een huis en een baan en een partner, terwijl ik vroeger gewoon het-zusje-van-Gert-en-Jan was. Al met al was het een superleuke ontmoeting. Ik zeg maar zo: negeer nooit signalen, zelfs niet als ze van een pak melk komen.

Snel gingen we naar huis, alle spullen en extra stoelen naar boven tillen in Amsterdam, douchen en toen ook nog superleuk uit eten bij Cafe Modern in Noord met een van onze lezeressen. haha.
Einde bericht. Ik wens jullie allemaal veel tijd en ruimte in jullie eigen magazijn.

Liefs. A.