-, Div

De tand des tijds

Gistermiddag dacht ik even dat ik een gevoelige kies had. Links onder, helemaal achteraan, leek een zeurderig pijntje om aandacht te vragen.
Ik had geen tijd om daar bij lang bij stil te staan, want ik was druk bezig met ons bovenhuis. Morgen komen de nieuwe huurders, en alhoewel Annie en ik afgelopen weekeind lekker gesopt hadden, was het toch nog niet helemaal naar zin.

Het schilderbedrijf was goed bezig geweest met de muren, die stonden weer strak in de latex. Maar het druk heen en weer schuiven van de Waldhoorn-standaard en de Gamelan-sets die door onze vorige huurder bespeeld waren, had toch beslist kale plekken op de vloer achtergelaten.
Ik kon het niet laten. Ongeveer een kwart van de vloer heb ik opnieuw in de verf gezet.

Altijd binnen de lijntjes schilderen.

Het missende tegeltje in de badkamervloer, de loszittende deurknop, de vervuilde lichtknopjes, de slijtplekken in de trap, de kapotgeslagen doorspoel plaat van de WC, al de bewijzen dat een huis door een gebrek aan liefde gewoon kan verslonzen moesten gisteren op de valreep opgelost worden.

Maar de klus die de meeste aandacht vroeg was de operatie van het dakterras.
Het stonk er altijd. Naar riool. Naar oud riool. Naar heel vies riool.

Lang geleden is er op het plafond van onze woonkamer een badkamer gebouwd. De badkamer van ons bovenhuisje. Dat is gedaan door een van de kwetsbare zonen van de familie O. Gebouwd met veel liefde, maar niet met veel vakmanschap. Er is bij de bouw besloten om de regenwaterafvoer van het terras direct op de afvoer van het bad aan te sluiten, zonder een stankafsluiter of sifon te monteren. Vandaar die meur.

De vereniging van eigenaren Kleinehout had besloten om die afvoer te gaan vernieuwen. Nou heeft het de afgelopen weken ongeveer elke dag geregend, de eerste droge dag in de voorspellingen was vandaag. Zodoende was Bart vandaag besteld. De laatste dag voordat de nieuwe huurders boven ons komen wonen.

Gistermiddag heb ik de werkvoorbereiding gedaan. De oude vlonderdelen heb ik gedemonteerd, want Bart had een vrije werkplek nodig. Onder de vlonders lag een dikke laag modder en afval. Weg ermee. Schrobben, afspoelen en droogbezemen.
Aan het eind van de middag was alles voorbereid, Bart kon vandaag lekker vroeg aan de slag.

En toen werd het gisteravond een uur of tien. Ik nam een stukje chocolade, en binnen een paar seconden werd de hele linkerkant van mijn kaak door een zware stroomstoot getroffen. Een snijdende pijn in mijn kies, die nooit meer weg ging. De tranen stonden in mijn ogen. Een Paracetamol deed niks. Een Aleve werkte ook niet. Met een Neurofen er bovenop kon ik rond 2 uur vannacht eindelijk een beetje in slaap vallen. De uren daarna werd ik steeds door nieuwe stroomstoten gewekt, en zo wankelde ik rond een uur of 8 mijn bed uit. Lekker dan. Naar de tandarts terwijl het de laatste mogelijkheid voor Bart was om aan het terras te klussen.

Gelukkig mocht ik al om 9:15 in de stoel plaatsnemen. Er is geklopt, met ijs getest, er is een foto genomen, er is nagedacht, en uiteindelijk is er besloten dat ik niks mankeer. Het gaat misschien vanzelf weer over.

Met een nieuwe doos Ibuprofen op zak kon ik Bart om 10:30 binnenlaten. Hij kon meteen aan het werk.

Eerst de oude zooi verwijderen. De afvoer bleek een omgekeerde schoorsteen te zijn. Wonderlijk.

Daarna een gat in ons plafond zagen voor het overzicht, en een stankafsluiter fabriceren van bochtjes en hoekjes.

Tenslotte de hele zaak weer netjes afdichten.

Het was maar goed dat Bart de leiding had. Ik heb de hele dag een beetje suf hand en spandiensten verleend, in afwachting van mijn wonderbaarlijke kaakgenezing.

Op het moment dat ik dit schrijf gaat de pijn af en aan. Maar het dak is weer dicht. En stankvrij. Laat de huurders maar komen.

Het reukloze terras.