woonkamer

Alsof het altijd al zo was

Hoera, de laatste muur in de woonkamer die ik zelf zou stuuken is af. Het was het kleine muurtje naast de open haard. Er komt straks een enorme boekenkast tegenaan, dus ik hoefde niet op absolute perfectie te mikken. Dat was maar goed ook. De lange muur had ik om de 1.40 meter van geleiderails voorzien, maar daar was dit muurtje te smal voor. Ik heb dus op goed geluk, op gevoel, de stuuk er op gesmeerd. Ik had natuurlijk wel een rei die op het muurtje paste, maar die was eigenlijk te kort. Dus het werd horizontaal een beetje reien links, een beetje reien rechts en met de hele lange rei een beetje verticaal orde proberen te maken. Het is goed genoeg geworden, maar ik geloof wel dat de kniesoor een soort verdikking in het midden zou kunnen vinden.

Toen ik alles een beetje opgeruimd had, kwam het buurmeisje van de overkant binnen. Of ze een trappetje mocht lenen, want ze was aan het schilderen. Ze is van beroep binnenhuisarchitecte, of styliste, of zo iets, en ze vindt onze verbouwing reuze leuk. Met enige regelmaat steekt ze haar neus om de hoek, om eens te zien hoe ver we al zijn, en wat we nou weer voor dolle dingen samen met Stock bedacht hebben.
“Wat was je aan het doen?” wilde ze weten. “O, ik ben net klaar met stukadoren” zei ik. “Leuk, is de slaapetage dan al zo ver?”
Dat was grappig, ze zag het helemaal niet. “Nee joh, kijk eens goed naar die muur” wees ik haar.


Ze kon het niet geloven dat ze het niet gezien had. Het zag er zo natuurlijk en normaal uit, vond ze, dat het voor haar net leek alsof die muur altijd al zo geweest was. Eigenlijk is dat ook wel zo. De eerste stukadoor dagen hadden een soort opwinding in zich, met een paar banen strak wit op een oude gele muur. Maar nu de woonkamer min of meer af is, merk je er eigenlijk niks meer van. Behangetje er op, en verhuizen maar!